1ste jaar

1. Liberale ideologen (1)

Het liberalisme is de oudste ideologische strekking in de geschiedenis. Tal van filosofen, schrijvers en politici verdedig(d)en humane waarden met betrekking tot vrijheid, rechtvaardigheid en vooruitgang. Ze keerden zich tegen dogmatisme, extremisme en totalitarisme. Ze kwamen op voor gelijkberechtiging en verdraagzaamheid. Ze streefden naar de scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting, de gelijkwaardigheid van en het zelfbeschikkingsrecht voor elke mens. In deze eerste les krijgen de deelnemers een overzicht van de belangrijkste liberale denkers in de geschiedenis. Daarna wordt dieper ingegaan op de ideeën van John Locke inzake de vrijheidsrechten van het individu, de visie van Adam Smith op het belang van de vrijhandel, en de verdediging van John Stuart Mill van het recht op vrije meningsuiting. (meer…)

2: Liberale ideologen (2)

In deze tweede les wordt dieper ingegaan op de ideologische visie van de Belgische econoom Gustave de Molinari die het verschil benadrukte tussen het liberalisme enerzijds en het conservatisme en socialisme anderzijds. Verder wordt dieper ingegaan op het werk van de Oostenrijkse filosoof Karl Popper, de Oostenrijkse filosoof Friedrich Hayek en de Amerikaanse filosoof John Rawls. Deze les toont de grote verscheidenheid aan binnen het liberale denken over de rol van de overheid op het economische domein. (meer…)

3. De liberale ideologie

In deze derde les wordt eerst het onderscheid gemaakt tussen het liberalisme en de andere ideologieën. In welke mate verschilt het liberalisme van het socialisme, het conservatisme en de christendemocratie, het ecologisme, het nationalisme en het populisme. Daarna wordt specifiek ingegaan op de ontwikkeling van het liberale gedachtegoed en de liberale partijen in België. Verder gaat de aandacht naar het belang van het vrije marktdenken aan de hand van liberale economen en het belang van het engagement van elke burger in onze samenleving vanuit een liberale visie. (meer…)

4. Liberalisme en economie

In deze vierde les onderzoeken we de relatie tussen het liberalisme en de economie. De vrije markt en het vrij initiatief staan centraal in het liberalisme. Maar kent de vrije markt grenzen en zo ja, wat zijn die grenzen dan ook? Ons land kent een verpletterende belastingsdruk. Hoe kunnen we die verminderen of rechtvaardiger verdelen over de bevolking? Wat is het beste belastingsstelsel dat overeenstemt met onze vrijheid en rechtvaardigheid? Hoe hoog mogen lonen en bonussen zijn? Bestaat er een financiële ethiek? En op welke manier kunnen we ervoor zorgen dat meer mensen aan de slag gaan? Hoe organiseren we een dynamische arbeidsmarkt? Daarbij wordt steeds nagegaan wat de rol van de overheid is en in welke mate ze al dan niet mag tussenkomen in het economisch proces. (meer…)

5. Liberalisme en de staatsstructuur

Ons land en Europa kennen een ingewikkelde structuur. Wat is de beste staatsstructuur op Belgisch en Europees vlak om onze welvaart en welzijn veilig te stellen? Hebben we nood aan een confederale of federale staatsstructuur? In welke richting moet Europa evolueren? Wat zijn de methodes om de burger dichter bij de besluitvorming te betrekken? Hierbij denken we aan het referendum, inspraak van actiecomitees, rechtstreekse verkiezing van de burgemeester, de eerste minister en de Europese president, transnationale kieslijsten, een verlaging van de stemgerechtigde leeftijd tot 16 jaar, enzovoort. Daarbij kijken we naar de vraag wat de taken van de overheid juist zijn. Moeten die verminderd of juist vermeerderd worden? (meer…)

6. Liberalisme en de vergrijzing

De vergrijzing neemt toe. Wat zijn daar de oorzaken en de gevolgen van? Op welke manier kunnen we de pensioenen in de komende decennia betaalbaar houden? Wat is de politieke realiteit? Is het mogelijk om iedereen wat langer te laten werken en de pensioenleeftijd op te trekken? Hoe organiseren we op een liberale manier de solidariteit tussen de werkenden en de niet-actieven in de samenleving? (meer…)